Omhoog

OBW-schriften

De Groningse Lente

De wijk Paddepoel in Groningen is, samen met de wijk Lewenborg, aangewezen als (landelijke) proeftuin in het kader van de WMO. Er wordt gewerkt aan prestatieveld 1: "het bevorderen van de leefbaarheid en sociale cohesie in wijken en buurten".  Werken aan sociale cohesie en leefbaarheid heeft natuurlijk heel veel raakvlakken met het opbouwwerk. Daarom is er voor gekozen om het projectleiderschap (van de proeftuin) niet toe te kennen aan een ambtenaar (zoals in veel gemeenten) maar aan een opbouwwerker van Stichting Stiel: Carina van de Witte.

 

De case beschrijving als werkinstrument
Op 24 oktober kwamen de vakcorrespondenten van het OpbouwWerkschrift bij elkaar om uit te wisselen over het beroep. Op deze bijeenkomst stond de case beschrijving centraal. Er traden twee sprekers op: Frans Kusters, hoofd Samenlevingsopbouw bij St. Trajekt te Maastricht en drs. Leida Schuringa van Bureau Leidraad. Frans brak de spits af met zijn verhaal over de methodiek discussies binnen zijn eigen instelling, Trajekt. Binnen deze gemengde instelling zijn 11 opbouwwerkers actief die samen met hun coördinator vorm geven aan het werk en zinvolle dwarsverbanden proberen te leggen naar andere werksoorten. Het praten over casuïstiek wordt als een noodzakelijke aanvulling ervaren op de kwaliteitszorg die plaatsvindt in het kader van een ISOcertificeringstraject. Dit laatste immers, gaat vooral over procedures, protocollen ed.

De jongens op het pleintje

Jongeren schijnen iedere burger tegenwoordig de schrik op het lijf te jagen… Overlast schijnt ook vooral door rondhangende jongeren veroorzaakt te worden… Dit kan oplopende ruzies en spanningen in een buurt teweegbrengen. Hoe ga je daar als opbouwwerker mee om? Hieronder een casebeschrijving waarin geprobeerd wordt om tot een oplossing te komen door alle partijen serieus te nemen.

De straataanpak in Rotterdam
In 2001 is Delphi in twee straten waar nauwelijks contact was met en tussen bewoners, gestart met de straataanpak. De nadruk lag op het vergroten van de participatie van allochtone bewoners. Uit dit experiment kwamen als basiselementen voor een succesvolle aanpak naar voren: een goede analyse van de straat, een persoonlijke benadering met gebruikmaking van een vragenlijst en het organiseren van activiteiten in de straati. Sindsdien zet Delphi deze methode breed in. Vanaf 2003 gebeurt dat voor een belangrijk deel in het kader van het project Mensen maken de Stadii (hierna MMS), een stedelijk project ontwikkeld in opdracht van het projectbureau Sociale Integratie van de gemeente Rotterdam. De straataanpak is heel intensief en heeft een campagneachtig karakter. Doel is bevordering van sociale samenhang en actief burgerschap door met elkaar afspraken te maken over het wonen en leven in de straat. Oud en jong worden hierbij betrokken. In Delfshaven 'doet' Delphi in twee jaar (2005/ 2006) veertig straten. In dit artikel wordt de werkwijze van de straataanpak beschreven.
De vis wordt duur betaald
Een zonnige woensdagmiddag in Scheveningen, 18 mei 2005. Op het grasveld lopen twee kinderen te sjouwen met suikerspinnen, spelletjes en onderdelen van kraampjes. Zo’n 200 mensen hebben zich verzameld voor de officiële opening van de buurttuin in de Vissenbuurt. Buurman Kaffa heeft vanochtend het bord opgehangen dat hij heeft laten maken, met daarop de namen van de sponsors. Een gordijn beneemt nog het zicht op het bord. Zanger Ronnie brengt met een stevig volume zijn hits ten gehore terwijl de kinderen zich vermaken op het luchtkussen en met Oudhollandse spelletjes. Dan trekken de sponsors samen het gordijn weg: stadsdeelwethouder Stolte van de gemeente Den Haag, directeur Maaswinkel van woningcorporatie Vestia en voorzitter Walthaus van het Buurtfonds Vissenbuurt.
Een goede buurt is beter dan een verre vriend
In de periode 1997-1999 vonden er in verschillende Leeuwardense wijken portiekblok gesprekken plaats. In Heechterp (circa 1000 bewoners) vonden deze plaats in samenhang met een fysieke herstructurering van de wijk. De portiekblok gesprekken werden uitgevoerd door de welzijnsorganisatie Hulp en Welzijn (HWL). Anneke van de Geest was als opbouwwerker betrokken bij het werk in deze wijk. Hieronder volgt een interview met haar over haar ervaringen. Projectleider Bonne van der Kooi was groot voorstander van deze sociale investering, omdat het volgens hem weinig zin heeft om in stenen te investeren zonder dat daarbij het sociale klimaat aangepakt wordt. Ook met hem voerde ik een gesprek.
Eigen maken in de praktijk
Hieronder kunt u de neerslag lezen van een interview gehouden met Ruth van Swaay, projectmedewerkster van de Werkplaats Sociale Vernieuwing van Raster Welzijnsgroep te Deventer. Ruth is vlak voor de vakantie afgestudeerd in CMV en heeft in haar eindscriptie het project Karavaan minutieus beschreven. Vooral de methodische aspecten kwamen daarbij nadrukkelijk aan bod. Het interview wordt aangevuld met enkele passages uit die eindscriptie over de Klapkeet en Circus Windhoos als voorbeelden van hoe bewoners zich bepaalde opbouw instrumenten kunnen eigen maken.
Het ontstaan van de Ruilwinkel
In 1997 werd er in de Rotterdamse wijk het Oude Westen (een eerste ringswijk = een wijk waar vanaf 1975 stadsvernieuwing plaats vond) op verzoek van Aktiegroep het Oude Westen een armoedeonderzoek gedaan. Aanleiding voor dit verzoek waren de contacten die opbouwwerkers hadden met een aantal éénoudergezinnen dat problemen had op materieel gebied (schulden) en immaterieel gebied (relationele problemen in gezinsverband).  Een snelle berekening van de maandelijkse inkomsten (bijstand) en uitgaven liet zien dat er per maand niet meer dan (toen nog) 300 gulden overbleef om van te eten en te drinken.
Interculturalisatie op het platteland
In Emmen heeft Yolanda Brandenburg, werkzaam als opbouwwerkster bij de stichting Sedna, de noodzaak van interculturalisatie van de buurthuizen en de gebiedsteams op de agenda gezet en de ontwikkeling daarvan begeleid. Op het verstedelijkte platteland groeit het aantal allochtone bewoners en de voorzieningen zijn daar nog onvoldoende op afgestemd. De gemeente Emmen telt 105.000 inwoners waarvan ruim 11.000 allochtonen (inclusief mensen uit Indonesië en EU-landen), die vooral in de stadse wijken wonen (het percentage allochtonen is daar ongeveer 15%). Deze bewoners horen grotendeels tot de kwetsbare groepen die gezien hun positie extra aandacht verdienen van het opbouwwerk. Binnen de twee jaar dat het project heeft gedraaid, is er het één en ander veranderd in Emmen: de allochtone vrijwilliger heeft haar/zijn intrede gedaan en nieuwe activiteiten geïnitieerd en het aantal allochtone bezoekers in de vier buurthuizen is gestegen. Zoals Yolanda het formuleert: “De buurthuizen raken ingekleurd”. In deze casebeschrijving kun je lezen hoe zij deze klus heeft geklaard.
Kleurrijke kleurenwijzer
Najaar 2002 besloten de Stichting Vrijwilligers Management (nu onderdeel van CIVIQ) en het Landelijk Centrum Opbouwwerk gezamenlijk een instrument te ontwikkelen om redactieleden voor buurtkranten te werven uit (ook) de allochtone geledingen in de wijk. Uit de reeds uitgevoerde twee toetsingen van het Panel Toetsing Buurt-, Wijk- en Dorpskranten was immers gebleken dat de ‘couleur locale’ nagenoeg ontbrak in het gemiddelde krantje. Men trof met name witte redacties en witte inhouden aan. U leest hieronder hoe het instrument zoals u het aantreft in deze editie van het Opbouwwerkschrift, ontwikkeld is.
 
 
Powered by Phoca Download